Schijnbaar doorsnee plekken in de stad kunnen van grote betekenis zijn voor stedelingen die er wonen of verblijven. Dit blijft soms volledig buiten het zicht van de mensen die zijn opgeleid om de stad te besturen, waarderen of (her)ontwerpen. Toch kan elke professional zich hier een beeld van proberen te vormen door op zoek te gaan naar de mate waarin bewoners zich plekken toe-eigenen.
Stedebouwkundigen, erfgoeddeskundigen of medewerkers van woningcorporaties kunnen in processen van stedelijke vernieuwing gebruik maken van verhalen van de straat als input voor vernieuwing. Deze ‘zachte waarden’ staan echter onder invloed van de politiek-bestuurlijke belangen en geld en zijn gevat in een planologisch instrumentarium. De mogelijkheden voor toe-eigening worden hierdoor beperkt: een plein of park wordt ingericht voor bepaalde typen gebruik om het gedrag van gebruikers te conditioneren of zelfs letterlijk ‘binnen de perken’ te houden. In dit artikel behandel ik twee studies naar de rol van erfgoed in de stedelijke vernieuwing in Amsterdam.






