De polder binnenstebuiten gekeerd
Een vreemde ontmoeting tussen indoor en outdoor
De firma Snowworld, met vestigingen in Zoetermeer en Landgraaf, brengt bezoekers graag in Alpensferen. “Zelfs aan de geur hebben we gedacht. Het moment dat je binnenkomt ruik je de wax, je ziet de puntdakjes van het voorgebouw, zo kom je al in de sfeer”, aldus eigenaar Koos Hendriks. Eenmaal binnen sta je met beide voeten in de sneeuw en ben je even lekker weg in eigen land.
In 2003 ontstond het idee bij Snowworld om in Zoetermeer uit te breiden met een extra skihelling. Het ontwerp van architect Ton van den Bergh steekt veertig meter boven het maaiveld uit en staat op palen. Tegenstanders spreken van aantasting van het landschap, maar kan de geplande toevoeging niet juist aanleiding vormen om het landschap verrijken?
Sinds het wintersportcentrum zich in het landschap aan de rand van Zoetermeer nestelde, is de omgeving onmiskenbaar veranderd. Waar vroeger alleen molens aan de horizon van het Hollandse polderlandschap prijkten, steekt nu een glimmende zilverkleurige slurf brutaal de polder in. Dat is zichtbaar vanuit het naastgelegen agrarisch gebied maar ook vanaf de A4 tussen Den Haag en Leiden. De locatie van de skihal is in veel opzichten een bijzondere, midden op een breukvlak tussen het polderlandschap en de new town Zoetermeer. Ten noordoosten van Snowworld ligt de Zoetermeerse Meerpolder, de eerste droogmakerij (een type polder) in de geschiedenis van de provincie Zuid‐Holland. De Meerpolder is daarmee een belangrijk voorbeeld van de 17de‐eeuwse ingenieurskunst. De Beemster in Noord‐Holland, ook een droogmakerij, is tegenwoordig zelfs werelderfgoed. De Zoetermeerse Meerpolder is dankzij effectief beleid om stadsuitbreiding te verbieden ook nog behoorlijk gaaf en ongerept.

Zicht vanuit de Zoetermeerse Meerpolder met aan de horizon de skihelling
Visie gevraagd
Het grotere groengebied waar de Meerpolder deel van uitmaakt, noemen we tegenwoordig het Groene Hart. Om de rand van Zoetermeer met de polder te markeren is een groene buffer om de stad aangelegd, het Buytenpark. Op deze plek lag een vuilstortplaats, nu zijn de heuvels afgedekt met puin en overgroeid. In dit park is Snowworld één van de grote publiekstrekkers. Het wintersportcentrum biedt een belevingswereld die geheel kunstmatig is, gebouwd in een kunstmatig aangelegd park. Kan het contrast met de 17de‐eeuwse Zoetermeerse Meerpolder, een typisch voorbeeld van landschappelijk erfgoed, nog groter? Dat is een kwestie van opvatting. Je kunt de polder zien als een waardevolle erfenis die moet worden beschermd tegen oprukkende verstedelijking. Anderzijds kan je beargumenteren dat de polder als onderdeel van het Groene Hart niet meer dan een relatief jonge mentale constructie is, een bedenksel van 20ste‐eeuwse beleidsmakers. Want pas sinds dat de verstedelijking van de Randstad een vaart heeft genomen, staat men op de bres voor de bescherming van de landschappelijke waarden van het gebied. Daarvoor ging het door als agrarisch gebied, puur functioneel dus. Wat de waarden van het Groene Hart precies zijn en hoe de skihal zich ertoe zou moeten verhouden is een complexe vraag en bovendien nogal negatief gesteld. Relevanter is een visie waarin landschap en skihal van elkaars aanwezigheid kunnen profiteren.

Het Zoetermeerse Buytenpark met midden in de huidige Snowworld vestiging
Keer de landschapsbeleving om
Het kwaliteitsteam Groene Hart heeft de taak kritisch te kijken naar veranderingen aan de randen van het Groene Hart. Het team schetst een mogelijke visie op de geplande komst van een nieuwe overdekte skihelling dat niet beperkt blijft tot een pleidooi vanuit de beleving van het landschap. Onderdeel van het advies is namelijk een visie op het Buytenpark. Het park bestaat uit puinhellingen en slingerpaden en oogt daarmee als een fantasielandschap. Het kwaliteitsteam stelt voor het park tot een echt stadspark om te vormen met een heldere routestructuur. Daarmee geeft het kwaliteitsteam een signaal af: dit park behoort niet tot het Groene Hart, het markeert juist de rand van de stad.
Het advies krijgt echter meer het karakter van een waarschuwing als het over de uitbreiding van Snowworld gaat. Het stelt dat de nieuwe helling niet het gevoel mag oproepen dat het gebouw met de achterkant naar het Groene Hart gekeerd staat. De nieuwe skihal steekt met een hoogte van veertig meter boven het maaiveld flink omhoog en zal dus van een afstand nog beter te zien zijn dan de huidige helling. Daarom stelt het kwaliteitsteam voor de nieuwe skitoren tot een herkenningspunt te maken, een nieuwe toegangspoort tot het Groene Hart. Hiervoor is de toevoeging van een uitzichtpunt aan het bouwwerk nodig, van waaruit men een blik kan slaan op de omgeving. Op die manier opent het gebouw zich naar buiten toe in plaats van het landschap de kont toe te keren. Deze benadering keert de beleving van het landschap om. Er is geen sprake meer van het binnendringen in de polder. De skihelling met uitzicht verwelkomt juist bezoekers in het Groene Hart.

Impressie van de nieuwe skihal vanuit de polder
Het kwaliteitsteam stelt dat het uitzichtpunt voor het publiek toegankelijk moet zijn. Daarvoor is onder de skihal een extra opgang nodig. Dit lijkt een kleine opoffering voor de opdrachtgever die zal moeten erkennen dat de skihal, net als het bestaande complex, de relatie met het landschap nou eenmaal niet uit de weg kan gaan. En Zoetermeer, de stad die zich graag profileert als de leisure stad van Nederland, is weer een bijzondere trekpleister rijker. En wat betekent dit voor de status van het Groene Hart? Door het uitzichtpunt word je van het bestaan ervan expliciet bewust van gemaakt. Automobilisten op de A4 krijgen bovendien meer dan een achterkant van een gesloten complex voorgeschoteld. Wellicht zullen zij straks in gedachten terugzwaaien naar de dagjestoeristen die, net als zij, kunnen blijven genieten van het uitzicht op de oer‐Hollandse polder.
(c) Teun van den Ende, november 2011





